Rock Dairy - Végegyháza (Hongarije)

Installatie van een 2 x 8 stands visgraatmelkstal en kalverdrinkautomaat.

'Het kleine meisje van de boerderij', was haar bijnaam, toen de Friese Sieuwke van Ruiten op haar 21e een melkbedrijf begon op de Hongaarse poesta. Acht jaar later krijgt ze veel respect voor haar daadkracht. Waag het niet een glas brandewijn achterover te slaan op haar erf.

Voor veel Nederlandse zuivelproducenten is Oost-Europa een avontuurlijke markt. Gigant FrieslandCampina is er actief. Maar ook kleinschalige melkveehouders, zoals de Friese Sieuwke van Ruiten, genieten er van de ruimte en de lage kosten.

'Je kunt hier tegen lagere kosten met meer personeel meer koeien houden', zegt Sieuwke van Ruiten. Enige nadeel is dat buitenlanders in Hongarije geen landbouwgrond mogen kopen. Van Ruiten en andere Nederlandse melkveehouders moeten de grond dus pachten.

Met een jaarlijke melkproductie van 1,7 miljard liter is Hongarije een klein melkland vergeleken met Nederland (naar schatting 13 miljard). Maar er zijn in Hongarije en andere Oost-Europese landen volop kansen, schrijft de Nederlandse onderzoeker Liesbeth de Schutter in een rapport over de zuivelsector.

Er zijn tal van grootschalige bedrijven die interessant zijn om over te nemen: 'Kosten liggen er laag en de kwaliteit van de melk is goed.' Het grote nadeel is de gebrekkige kennisinfrastructuur.' Daarmee kampte de Friese melkveehoudster ook, toen ze haar bedrijf Rock Dairy startte. Ze nam daarom gloednieuwe melkmachines uit Nederland van MCN mee.

Met de lokale traditie om 's ochtends eerst een glas palinka (brandewijn) achterover te slaan heeft ze korte metten gemaakt. 'Met een borrel op tussen mijn koeien? Dan vlieg je eruit.'

Bron: Landbouwfilmpjes.nl

Artikel NRC Economie

Aan weerszijden van de kilometerslange, kaarsrechte weg liggen vervallen boerenbedrijven. In de zuidoostelijke uithoek van Hongarije, aan de grens met Roemenië, zijn maar weinig zonen of dochters te vinden die het familiebedrijf willen voortzetten.

„De werkloosheid hier is ruim 20 procent, jongeren trekken naar de stad”, zegt de Friezin Sieuwke van Ruiten (25) op het erf van haar melkveehouderij Rock Dairy in het gehucht Végegyháza. De pijpen van haar spijkerbroek heeft ze in stoere cowboylaarzen gestoken. Geloei van koeien. Verderop slaat een hond aan.

Vier jaar geleden nam Van Ruiten met de financiële en bedrijfskundige steun van haar vader, die als melkveehouder vanuit Nederland een oogje in het zeil houdt, enkele leegstaande stallen in gebruik. Op het agrarische bedrijf, ooit een socialistische coöperatie, was na de omwentelingen in 1989 weinig activiteit meer. „Maar de genetische waarde van de koeien die er nog stonden, gaf de doorslag”, zegt Van Ruiten.

Haar veestapel bestaat inmiddels uit 360 koeien, de helft Nederlandse, de andere helft Hongaarse. „Ze leveren drie miljoen liter melk per jaar. Dat is best mooi.” Omdat ze als buitenlander geen landbouwgrond mag kopen, sloot Van Ruiten met ruim veertig kleine grondeigenaren huurcontracten. „Mijn bedrijf is nu honderd hectare groot.”

Er werken inmiddels tien Hongaren op haar boerderij, van wie twee in de beveiliging. „Er is veel armoede hier, dus je moet voorbereid zijn op diefstal.” De meeste tijd besteedt zij aan het bijscholen van het personeel. Zij leert ze de nieuwste melktechnieken. „Ze krijgen goed betaald, want zonder loyaal personeel kan ik niets.”

In de namiddag draait een melkwagen van zuivelbedrijf Friesland Hungária het erf op. De dochteronderneming van het Nederlandse zuivelbedrijf Friesland Foods is marktleider in de regio.

Bron: NRC Economie